testtest

testestest

Jesaja in stukken gezaagd

Jesaja in stukken gezaagd

De overlevering zegt dat Jesaja in stukken gezaagd is. Hier mogen we wel even bij stilstaan aangezien dit een ongekende wreedheid is. De verleiding is groot om er snel overheen te lezen en te denken dat het maar een bijbelverhaal is. Maar wat nu als hij echt in stukken gezaagd is.

In de bijbel en in andere bronnen lezen we hier verder niets over. In de Gemara staat wel dat in de dagen dat koning Manasse regeerde, Jesaja vluchtte en in de ceder schulde waarna de ceder hem opslokte. Toen Manasse hiervan hoorde wilde hij dat de ceder in stukken werd gezaagd. De slippen van Jesaja´s kleren waren nog zichtbaar aan de ceder wat zijn aanwezigheid in de ceder verried. Toen de ceder doormidden werd gezaagd, stroomde het bloed er aan alle kanten uit. Daarom wilde de Here niet vergeven. 2 Kon. 24:4.

Het lezen van 2 Kon. 24:4 is al genoeg om een idee te krijgen van de wreedheid die in die dagen plaatsvond. Men hoeft niet Antiochus Epiphanus erbij te halen. We lezen in 2 Kon. hoe YHWH Juda uit zijn gezicht haalde om de wandaden van Manasse. Als ook om het onschuldig bloed dat hij vergoten had zodat hij Jeruzalem met onschuldig bloed vervuld had. daarom wilde de Here niet vergeven.

De kans is dus groot dat Jesaja in stukken gezaagd is maar ook als dit niet het geval was, hoeven we er niet aan te twijfelen dat dit bij anderen gebeurde, afgaande op 2 Kon. 24:4.

Jesaja is uiteindelijk wel door theologen in stukken gezaagd. Men beweert dat er 2 Jesaja’s zijn, waarvan de één, hoofdstuk 1:1-39 schreef en de ander hoofdstuk 40-66. Dit is een even groot vergrijp als wat Manasse deed want Jesaja was echt wel één mens. En zijn boek is het woord van God. Jezus verwees naar beide delen en maakte geen onderscheid tussen 2 Jesaja’s. Jojakim versneed in de dagen van Manasse het woord van god met een schrijversmes. Moderne theologen doen hetzelfde.

Treiteren, intimideren, verzoeken

Treiteren, intimideren, verzoeken

Bij religieuze onderdrukking kan men soms flink tekeer gaan. Het intimideren begint vaak met vragen stellen. Dit gaat van netjes tot kwaad tot erger met als doel de ander van zijn of haar geloof af te brengen.

Het Griekse woord peiradzoo is de wortel van het woord verzoeken in Hebreeèn 11:37 en betekent; op de proef stellen door te ondervragen. Dit woord werd door de hebreeën aan wie de apostel schreef, goed begrepen. Het woord moet voor hen een sinistere betekenis hebben gehad. Vanuit de eerste Petrusbrief weten we dat deze verzoekingen nog steeds aan de gang waren voor de Hebreeuwse gelovigen.

Petrus heeft het over de beproeving van uw geloof die veel kostbaarder is dan van het goud dat vergaat en door het vuur beproefd wordt. 1 Petrus 1:7.

Het woord verzoeken komt als werkwoord voor maar ook als bijvoeglijk naamwoord, zoals je beproefde geloof; of je geloof dat beproefd is gebleken. De verzoeking van de gelovigen van toen lag in het aanbidden van christus als verlosser. Ten tijde van het Oude Testament had het te maken met het verlaten van de aanbidding van YHWH om afgoderij te gaan bedrijven. Wat de zwaarte van de verzoekingen van de handen van Izebel, Atalja, Achas en Manasse was, kan niemand navertellen. En we weten van de verzoeking van Chananja, Misaël en Azarja in Daniël. Met de brandende oven voor ogen bleven ze standvastig.

Ze gingen de oven in en ja ze werden verlost. Maar de verlossing was niet uit geloof. Hun geloof maakte dat zij zich geen zorgen maakten m.b.t. het gevolg. Dat was de manifestatie van hun geloof en hierdoor bleek het echt te zijn.

Onze verzoeking is dat we niet van de genadeboodschap afvallen en stiekem toch weer met één been in de wet blijven staan.

Hebr. 11:34

In Hebr. 11:34 staat wat geschreven over hen die aan het zwaard ontsnappen. Even verderop in vers 37 staat wat geschreven over hen die gedood werden door hetzelfde zwaard. Wat is het verschil?

In het eerste geval gaat het om een groep die aan het zwaard ontkomt en door geloof overwon door god. Er was geleden voor god Het geloof overwon door te geloven wat god beloofd had.

In het laatste geval betreft het een groep met een geloof waarin de gevolgen van wat god gezegd had voorop staan. Maar het was hetzelfde geloof en het kwam van horen door het woord van god. Letterlijk staat in 11:37, “door de slachting van het zwaard stierven zij.” Executie door het zwaard was de enige vorm van doodstraf die de koning grondwettelijk mocht toepassen. Izebel roeide de profeten op deze manier uit de weg maar ze kon nabot niet uit de weg ruimen zonder een officieel tribunaal waar ze overigens valse getuigen voor opriep.

Ze roeide de profeten van de Here uit (1 Kon. 18:4) en wat dit betekent staat in 1 Kon. 19:10 en 14 waar Elia spreekt. “… de Israëlieten hebben uw profeten met het zwaard gedood.”

Moderne zogenaamde kritische theologen menen dat er maar 1 profeet is gedood in het koninkrijk van Juda door het zwaard, namelijk Uria (Jer. 26:23). Dit is een voorbeeld waaruit blijkt dat je dergelijke beweringen altijd moet toetsen. Deze moderne kritische theologen zijn niet te vertrouwen op hun woord.

Jezus zei: Jeruzalem, Jeruzalem, Jij die de profeten doodt en stenigt die tot u gezonden zijn, Mat. 23:37. De kritische theologen zijn dan nog niet overtuigd en dus voegen we Jer. 2:30 eraan toe waar YHWH aan Jeremiah de opdracht geeft: “ga en roep voor de oren van Jeruzalem zeggende, uw zwaard heeft uw profeten verteerd als een verdervende leeuw.”

In 1 Sam. 22:18 staat dat de Edomiet Doëg 85 priesters doodde. Het Hebreeuwse muth betekent doden. In vers 21 staat hoe dit gebeurde: toen Abjatar David vertelde dat Saul de priesters van de Here gedood had.” Dit deed hij door harag wat doden met het zwaard betekent. De Jeruzalemse Gemara legt uit dat dit woord het equivalent is van onthoofden: de beschrijving van hen die gedood werden met het zwaard: zij onthoofden hen met een zwaard, in overeenstemming met de wijze waarop dat in het koninkrijk ging. Soms ging het ook met een bijl zoals bij Johannes de Doper. Ook Jacobus, de broer van Johannes onderging dit lot door Herodus Agrippa (Hand. 12:2). Petrus ontsnapte hieraan.

Zo lezen we ook Ope. 20:4 de zielen van hen die onthoofd waren en ope. 6:9. Het woord zielen wordt hier gebruikt voor personen. De onthoofden zaten op de tronen en het oordeel werd hun gegeven en ze heersten met christus, de 1000 jaren.

Dit vers is de vervulling van Ope. 6:9 waar johannes zegt, ‘ik zag onder het altaar de zielen van degenen die gedood waren om het Woord van God en om de getuigenis die zij hadden.”

Opnieuw leven

Opnieuw leven

Openbaring 20:5 wordt vaak verkeerd begrepen. “De rest van de doden leven* niet, totdat de duizend jaren voltooid* zullen zijn. Dit is de eerste opstanding.” Het woord totdat wekt verwarring op maar dit is niet nodig. Het griekse woord dzaoo betekent vaak leven in de opstanding wat dus neerkomt op: opnieuw leven.

Mat. 9:8, “Terwijl Hij met hen over deze dingen spreekt, zie*, een overste komt*. Hij aanbidt Hem, zeggend dat: “Mijn dochter is op dit moment stervende*, maar kom*, plaats* Uw °hand op haar en zij zal leven!” dus: opnieuw leven zoals ze daarvoor leefde.

Mar. 16:11, “En dezen, horend* dat Hij leeft en door haar was gezien*, geloofden* het niet.” namelijk: leven in de opstanding.

Lucas 24:5, “Nu bevreesd wordend* en hun °gezichten naar de aarde buigend, zeiden* zij tot hen: “Waarom zoeken jullie de Levende bij de doden?”

Lucas 24:23, “en Zijn °lichaam niet vindend*, kwamen* zij, ook zeggend dat zij een verschijning van boodschappers gezien hebben, die zeiden dat Hij leeft.”

In Ope. 20:5 stellen we de zelfde vraag met betrekking tot de woorden “werd levend.” is dit hetzelfde woord als in vers 4 “en ze leefden en heersten als koningen met christus, de 1000 jaren.” Als dit zo is dan betekent het in vers 5 ook dat zij opnieuw leefden en regeerden.

In Ope. 6:9 ziet johannes een visioen met hen die gedood waren en vervolgens hoort hij hen. In Ope. 20:4 ziet hij dezelfde doden opnieuw leven en op de troon zitten waar ze met christus regeren. Ze waren gedood met het zwaard en onthoofd. En dus waren ze opgestaan uit de dood waarna ze op de troon zaten.

Dit is een spectaculair visioen. Johannes ziet dus mensen die op dat moment dood zijn. Maar hij ziet ze in de toekomst al op de troon zitten. De opstanding uit de dood is werkelijk een mysterie.

Het gaat dus niet om overleden zielen die natuurlijk niet op de troon kunnen zitten. De zielen van doden bestaan niet en kunnen al helemaal niet op een troon zitten en regeren. Ze zijn weg gefloept. En dus gaat het hier om levende personen die dus uit de dood zijn opgestaan. Zielen in Ope. 6:9 staan voor een stijlfiguur waarbij een deel staat voor de hele persoon.

In Openbaring 18:13 staat dat Babylon handelde in lichamen en zielen van mensen. Dit betekent dat het om slavenhandel ging. Het woord lichamen betekent dan slaven met een verwijzing naar Ezekiel 27:13, waar staat: met mensenzielen dreven ze onderlinge handel. Mensenziel is het Hebreeuwse nephesh en staat model voor de hele persoon. Net als in Openbaring 6:9. Maar vooral gaat het om de manier waarop deze personen gedood waren, namelijk door onthoofding. Zo werpt een goed begrip van deze uitdrukking uit Hebr. 11:37 licht op Openbaring 6:9 en 20:4. Het gaat in Openbaring niet om dezelfde personen als in Hebreeën 11:37. Degene in Openbaring zijn niet door het zwaard gedood.

Hebreeën 11:37 verwijst naar het Oude testament zoals elk vers uit dit hoofdstuk naar het Oude testament verwijst. Openbaring 6:9 en 20:4 gaan over gebeurtenissen in de toekomst. Het beest dat hen zal onthoofden is nog niet opgestaan.

Johannes zag in Openbaring 6:9 een profetisch visioen. namelijk een visioen met betrekking tot de dingen die nog niet hebben plaatsgevonden. Onthoofding was ook tijdens de franse revolutie de enige vorm van doodstraf die en koning mocht uitvoeren. En ook in de Eindtijd zal deze vorm van executie kenmerkend zijn voor die tijd, namelijk onthoofding. Niets anders dan een levend geloof in de levende god zal de gelovigen hier doorheen dragen. iets anders zal nutteloos zijn. Alle aardse voordelen zullen niet ter zake doen. Ook je spaarbankboekje of beleggingen niet.

Verlaten en verdrukt

Verlaten en verdrukt

Nog erger dan in schapenvellen rondwandelen en je als een wild beest te gedragen, is het om dan ook nog verlaten en vervolgd te worden. David en Elia wisten er alles van. David kon hoveling worden in het Paleis van koning Saul. Maar hij had de woorden van God gehoord door Samuèl, zijn profeet. En Samuèl had David gezalfd om koning te zijn nadat God Saul verworpen had. Zie 1 Sam. 16:13 met vers 1 en 2. Maar eerst verkoos hij de wildernis en de eenzaamheid. De Pslamen staan vol van de diepte van zijn lijden. Maar ook van de grootte van zijn vreugde in God.

Voor ons geldt dat we gericht zijn op de grotere David. Wij geloven Hem dat indien we ons lijden verdragen, we straks ook met Hem heersen zullen. 2 Tim. 2:12.

“Welke de wereld niet waardig was.”

De wereld vond deze uitgestoten heilige zwervers in hun rare dierenvellen maar vreemde entiteiten. Men achtte hen niet waardig om normaal deel te nemen aan fatsoenlijk menselijk verkeer. Maar de werkelijkheid was juist andersom. De wereld was deze zwervers niet waardig.

Dit soort korte zinnen in de bijbel is erg belangrijk. We stappen met gemak over van de ene naar de andere politieke partij. Soms uit strategisch belang om een andere partij wind uit de zeilen te nemen. Soms ook wisselt men van kerk of snabbelt men wat aan Boeddhisme of activisme tussendoor. Maar in de genoemde bijbelteksten gaat het om heiligen die liever in dierenvellen rondliepen dan dat ze hun geloof verloochenden of zelfs helemaal in de wereldse politiek opgingen.

Andere tijden

Andere tijden

Het woord dolen in Hebr. 11:38 is een ander dan dat in vers 37 dat met wandelen vertaald wordt. In vers 37 gaat het omzwerven of rondzwerven terwijl het in vers 38 gaat om wandelen.

In vers 38 gaat het om hen die zich in spelonken en holen in de aarde verborgen hielden zoals die 100 profeten die door Obadja verborgen werden gehouden in een spelonk en gevoed werden met water en brood, 1 Kon. 18:4. In 2 Maccabeeën 10 staat ook zoiets, dat bij de viering van het Loofhuttenfeest herdacht werd hoe ze daarvoor in spelonken leefden en gelijk aan de wilde beesten waren geworden.

In Joodse Oudheden 12, 6, 2 doet Flavius Josephus verslag van een verschrikkelijke gebeurtenis waarbij 1000 mannen, samen met hun vrouwen en kinderen liever verstikt werden door het vuur in de spelonken waarin ze zaten dan dat ze vochten op de sabbat.

Maar ook in de 12de eeuw had je de Waldenzen die zich verborgen hielden omdat ze god geloofden en niet de mensen. Het waren andere tijden en andere mensen maar er was hetzelfde geloof dat gehoord had van de waarheden vanuit hetzelfde woord van God.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.