de heerschappij van de dood

De heerschappij van de dood

door John Gavazzoni

Het Nieuwe Testament brengt iets naar voren wat als onderhuids aanwezig was in het Oude. Namelijk dat de dood regeert. Dit feit van ons aards bestaan was steeds aanwezig in afwachting van de barst in de schaal in de Tuin van Eden.

De dood was aanwezig in de stof van de aarde en in de aardse mens was hij aanwezig in zijn latente vorm: sterfelijkheid. Deze sterfelijkheid is inherent aan de schepping, gezien de kink in de kabel die we hebben en die inherent is aan het lijden van de schepping. Dit lijden van de schepping wordt op zijn manier blootgesteld aan de metamorfose van de geest substantie in tijd-ruimte vorming.

Hoewel oneindigheid besloten ligt in de substructuur van de geest-essentie van de schepping, is deze afgegrensd in een vorm die vreemd is aan zijn eeuwige natuur. Deze ingesloten oneindigheid is ondergeschikt gemaakt aan een zeer frustrerende beperking.

De oneindigheid werd geteisterd door de eindigheid van de daad van de schepping die op zijn beurt aan de kern ligt van de ondergeschiktheid van de schepping aan futiliteit. God zag dat de hele conditie van de schepping goed was en dat die van de schepping van de mens zeer goed was. Juist ten aanzien van deze conditie dat allen gezondigd hadden.

Het Nieuwe Testament noemt dit concept, “de heerschappij van de duisternis.” Er is licht en leven en er is duisternis en dood. Beide bestaan samen tot God alles in allen is. Samen bestaan wil niet zeggen dat ze op gelijkwaardig niveau bestaan. Leven en licht regeren transcendent maar binnen die oneindig grotere heerschappij, is het ingekapselde bestaan van duisternis en de dood. Je kunt ook zeggen dat de duisternis de dood is en dat het leven het licht is.

In Hem was leven en het leven was het licht van de mensen. God is licht en in Hem is geen enkele duisternis. Want de duisternis is ingekapseld in de al aanwezigheid van God en kan niet zomaar ontsnappen of zich mixen met het licht van God.

De dood heeft een heerschappij, maar deze was hem door God gegeven. Pas op voor de theologie die dood en duisternis erkent als een product van verkeerd denken. Want God zelf heeft de dood uitgevonden. De dood regeert onder de heerschappij van het leven. Wij zullen regeren in het leven door de Ene, Christus. De dood regeert alleen door de toestemming van het leven.

De dood kreeg een rebels koninkrijk binnenin en onder het koninkrijk van God. In het boek van job geven we een levendige voorstelling van het voorrecht van de dood om in actie te komen als God de teugels laat vieren. De dood, die onder de Zonen van God in satan gepersonificeerd wordt, voert met het volle recht zijn eigen administratie uit binnen de administratie van God.

Satan kwam niet als een losse flodder of kanonschot Job’s leven binnen. Hij/Het is de dienaar van de almachtige die inziet dat de destructiviteit van de dood de voorbereiding is om alle dingen nieuw te maken. Maar waarom? Waarom moet de nieuwe schepping die vanuit de eeuwigheid is, zoiets doms ondergaan als de dood?

Je zou zeggen dat er geen winst is in het plan van God, als alle dingen simpelweg terugkeren naar hun oude staat waarin ze ook al eeuwig waren.

Maar er is wel degelijk een winst, want God is de God van winst, zoals ook Jezus aan ons in de vergelijking van de talenten kenbaar maakt. Gods doel is altijd om met meer te eindigen in al Zijn werken en handelen met ons. Voor onze natuurlijke manier van denken is het moeilijk om voor te stellen dat er vanuit het midden van God meer van God voort komt.

Dat is precies wat God steeds weer nieuw en fris maakt. Hij IS de waterpoel die opspringt in het aionisch leven. De dood roept het leven overvloedig voort uit de goddelijke diepten. God daagt zichzelf uit door datgene wat vreemd aan Hemzelf is. Op deze manier roept Hij onuitputtelijk binnen het oneindige, steeds meer van alles wat Hij is uit zichzelf voort. Hij is als zodanig een onuitputtelijke levensbron van Zijn eigen natuur.

De dood is dus de laatste grote vijand en tegelijk de grootste negatieve dienaar van Gods plan. De dood zorgt ervoor dat de graankorrel niet zomaar opgroeit maar juist het extra voortbrengt, waar Paulus het over heeft, dat juist zo karakteristiek voor God is. Pas op voor de valse leer dat God niets van doen heeft met de dood. Dat is een populaire gedachte maar deze is nergens op gebaseerd.

Gelukkig maar dat de dood wel degelijk met God te maken heeft. Als de dood een autonoom iets zou zijn dan zou God niet god zijn en dan zouden we de uitkomst van Zijn schepping maar moeten afwachten. Terwijl we nu zeker weten dat God ooit alles en allen zal zijn en dat de dood als laatste vijand overwonnen zal worden.

We staan met de theologie op de drempel van de herschrijving van alle theologische misvattingen over de dood. Dat is niet zomaar iets.

Alle mensen zullen eens sterven. Maar we zijn in Adam en in Adam sterft iedereen. Maar Adam is in Christus in wie we levend gemaakt worden. Sta me toe om er nog wat op los te filosoferen.

Een kritische levensmassa stapelt zich op binnen de interactie van hen die al overleden zijn en van hen die in leven zijn. Als deze kritische massa zijn volheid bereikt, zal er een restant van mensen zijn dat bijna niet kan sterven. Deze groep zal de dood niet zozeer ervaren als slaap, te weten, de dood in een staat die in afwachting is van de opstanding.

Het is deze kritische levensmassa die de verdorvenheid in een beperkte groep overwint waarna deze groep zicht zal voegen bij die andere groep die het eerst gewekt wordt uit de dood. De groep van ongelovigen die achterblijft zal ook sterven en later opstaan uit de dood, samen met de andere doden.

Een vraag aan hen die denken aan de dood te ontsnappen omdat ze bij de geestelijk uitverkorenen horen: beleef je er plezier aan dat jouw met genade gevulde weerstand tegen de dood, die met jou slechts een beperkte groep treft, tevens als gevolg heeft dat er een grote groep ontstaat die minder geestelijk gezegend was dan jij toen hij op aarde was, eerder opstaat dan jij?

Is Heet je die priestergroep welkom die in het water van de Jordaan staat, terwijl de grotere groep de jordaan eerst oversteekt? Verwelkom je eerder de dood die in je werkt, opdat het leven in anderen werkt? Het staat eraan te komen dat we dieper over deze dingen na moeten denken.

de dood is aionisch

door John Gavazzoni

Gelovigen worden op een unieke manier door de geest van God geleid om te snappen wat bijbelverzen soms niet hardop zeggen. God zei niet ten aanzien van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad: vanaf de dag dat je van die vruchten eet, zul je sterven. Nee, hij zei: “stervende, zult U zeker sterven.” Om te sterven, moet je eerst leven.

Er is geen sprake van sterven zonder dat je eerst leeft. Paulus schreef ook zo iets over de dood van Jezus: voor de dood, stierf Hij; Hij stierf eenmalig voor de zonde; maar het leven dat hij leeft, leeft Hij voor God. Valt het kwartje? De dood die Hij stierf… maar het leven dat Hij leefde. Door Jezus sterven we de dood en leven we het leven. Dit is wat Paulus zegt. De dood wordt stervende en het leven wordt samen geleefd naar de opstanding ten volheid.

De dood was in Adam en Eva aanwezig in zijn aanvankelijk vorm van sterfelijkheid. Deze werd geactiveerd door de ongehoorzaamheid van Adam. Sindsdien dragen we allen in onze lichamen de dood die sterft, en de de staat van de dood die van Jezus komt tot aan het einde waar het leven ten volle in de opgestane christus gemanifesteerd kan worden. 2 Kor. 4:10.

De dood klampt zich vast aan het leven en voed zich ermee. De dood parasiteert op het leven. De dood bestaat alleen dankzij het leven. Sommigen menen dat Adam en Eva alleen een geestelijke dood stierven. Wel, de dood kent maar 1 dimensie en dat is dood. Er is niet zoiets als een geestelijke dood. Adam en Eva die latent sterfelijk waren, gingen door in ongehoorzaamheid en in het proces van het stervende sterven. Het gaat hier niet om het stoppen met leven.

Ze gingen door met hun leven maar nu met die parasiet in hen, de dood genaamd die zich voedde met hun levens. Het leven komt uit de eeuwigheid, rolt de aionen binnen en gaat dan weer eeuwig voort. Het leven dat HIJ leeft, leeft Hij.

Maar met de dood is het anders. De dood kwam binnen de aionen binnen en was er nog niet in de eeuwigheid. De dood kan alleen bestaan zolang het leven binnen de aionen ondergeschikt is aan sterfelijkheid. Het is de sterfelijkheid die ons vatbaar maakt voor de dood. Het leven wordt geleefd maar de dood is stervende. Het is de bestemming van de dood om te sterven. De dood beëindigt het leven niet; andersom; het leven beëindigt de dood!

De dood is in staat om van generatie op generatie te overleven. Voor de dood kan worden uitgeroeid, wordt hij aan een nieuwe generatie door gegeven. Maar de dood van alle generaties, ook die van de toekomst, kwam samen in de dood van christus. En in Zijn dood, stierf de dood uiteindelijk compleet. In essentie is het de sterfelijkheid die de kern is van onze ondergeschiktheid aan futiliteit. Het leven dat in Adam was geblazen had geen begin of eind. En het geparasiteer van de dood leidt tot de dood van christus, uit wie, door de opstanding, nieuw leven voortkwam.

de plaats van de ziel

door John Gavazzoni

Lucas 1:46; – Maria van Nazareth: “Mijn ziel vergroot de Heer (1 Sam 2:1).

In deze passage vinden we de rechtmatige plaats van de ziel; namelijk de plaats van het herkennen en verheerlijken van Christus als zijn redder. Christus redt ons ALS Heer. Hij redt ons door de uitoefening van Zijn heerschappij.

Het woord van God heeft de geest van Maria verenigd met Zijn geest, en haar ziel geïnformeerd dat deze alleen geactiveerd wordt binnen deze vereniging van de beide geesten. Dit vergroten van onze ziel, gebeurt alleen als God zichzelf in en door ons verhoogt.

Hoe tegenstrijdig is het als mensen God willen verhogen! Alleen God kan God verhogen. Veel van onze zogenaamde glorie die we aan God denken te brengen is in werkelijkheid stro. Onze ziel, als een geschenk van God zijnde, wordt dan pas onze ziel. Als God ons een geschenk geeft, dan geeft Hij het en dan pas wordt het van ons. Dit geldt ook voor de ziel. Maar alleen in eenheid met Hem, blijft onze ziel vervolgens actief.

Hoe zwaar wordt de last op onze ziel als we een autonoom functionerende ziel denken te hebben en we los gekoppeld van Christus verder durven te gaan! Hoe strijden we dagelijks tegen de bierkaai als we de ziel autonoom durven te maken.

Ik heb een keer een aflevering gezien van Star Trek waarbij één persoon verlof kon krijgen om naar de aarde terug te keren. Dit was gebaseerd op een loting. Doch, één passagier had geen zin om de loting af te wachten en kaapte het schip om zijn verlof alvast af te dwingen. Uiteindelijk werd hij in een bevrijdingsactie neer geschoten. Toen bleek dat het ene winnende lot voor hem was bedoeld. De man had dus alle moeite voor niks gedaan en was bovendien dood.

Zo vergaat het ook onze ziel als we hem proberen op te eisen voor zichzelf. Dan dragen we een zware last mee. Hoe anders reageerde Maria toen de engel haar het winnende lot voorhield, dat ze de messias zou baren! Ze deed gen poging om onafhankelijk te worden+ ze werd geen feministe of activiste; ze geloofde alleen de woorden van de engel.

Als de ziel ophoudt met autonoom te willen zijn, dan komt er een mooie bloem uit, die doet denken aan het gedicht van Stuart Hamblem: Until Then… De ziel van de mens is als een adelaar die wacht. De plaats van de ziel is die plaats die een Ander toe behoort, die voor onze zonden in de Hades neerdaalde. Hij bleef daar niet en ook wij zullen daar niet blijven. We zullen verlost worden van onze eigen beschikking.

Ononderdrukt verdriet

Ononderdrukt verdriet

Verdriet moet je de vrije loop laten om het zichzelf helemaal uit te laten spelen. We kunnen dit verdriet een tijd onderdrukken, maar uiteindelijk komt het toch bovendrijven. Het gaat niet alleen om het verlies van iemand die overleden is maar bijvoorbeeld ook over een gebroken vriendschap of relatie.

Zulke ervaringen zijn op micro schaal de tegenhangers van de schepping die op macro schaal ondergeschikt is gemaakt aan futiliteit. We moeten allen delen in dergelijke universele barensweeën die in al hun volheid moeten worden ervaren als met de volheid van God gevuld worden. Het voert allemaal terug op de tuin van Eden. God zag dat de schepping goed was. Maar in de schaduw van dat goede, bestond alvast het kwaad dat in de schepping gebracht was om het goede te dienen, teneinde de schepping te vervullen met de kennis van de glorie van God.

Die tegenhanger, die vervreemding was er vanaf het begin van de schepping. Dit was de dood en deze was aanwezig in de vorm van verval en corruptie en sterfelijkheid. Omdat alles aangetast werd door dit kwaad, was alles ook ontvankelijk voor het kwaad. Voor de dood die door gegeven werd van mens op mens, moest er een staat van sterfelijkheid bestaan.

Hoe angstaanjagend moet het voor Eva zijn geweest om de betekenis van Gods opdracht aan te horen; namelijk om de aarde te “veroveren.” Blijkbaar was er een indringer in de goede schepping van God. En wat, als “we” – Eva zouden falen als veroveraars van de aarde? Wat zou er dan van die mooie tuin terechtkomen?

In dat moment van overweging over al het mooie dat Eva omringde, dook een donkere wolk op. God had zijn boodschap van genade nog niet in de wereld gebracht. Maar eerst moesten integraal aan deze visie van de wereld te veroveren, het verdriet en lijden hun volheid krijgen om een nieuwe hemel en aarde geboren te laten worden.

Eva had waarschijnlijk een voorgevoel van het aanwezige kwaad in de schepping die eerst zo goed was, ook al voordat die ellendige slang eraan te pas kwam. Alleen al om die reden leek het haar geoorloofd om van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad te eten. Ze zou dan een veroveraar zijn zonder zich aan het lijden te storen. Het leven lijden kon simpelweg omzeild worden door even van die Boom te eten.

Aldus at ze van deze Boom en ze kreeg wat ze wilde, namelijk de kennis van Goed en Kwaad die God ook had. Maar wel buiten God om, zonder God te kennen. Zonder het lijden te kennen dat gepaard ging met de gemeenschap met god te delen.

Maar wat is het antwoord van God op haar misstap? Hij zegt: “wacht, ik maak alle dingen nieuw.”

Wat Paulus schrijft in Efeze 1:17-23 is ongeëvenaard

Wat Paulus schrijft in Efeze 1:17-23 is ongeëvenaard. Wij zijn 2000 jaar later ver verwijderd van de wijsheid die hij destijds geopenbaard kreeg van God. In de genoemde passage is een gepassioneerde herhaling aanwezig die ons direct met Paulus confronteert.

Hij wil dat de gemeente van Efeze door heeft dat de god van Jezus Christus de bron van alles is. Dat benadrukt hij met de woorden: “in de kennis van Hem; de hoop van Zijn roeping; de glorie van Zijn erfenis; de grootheid van Zijn macht; in christus, toen Hij Hem opwekte uit de dood; gaf Hem alle dingen onder Zijn voeten; liet Hem, zijn zoon, het hoofd zijn; de volheid van Hem.” Dat soort woorden.

Als we inzien dat het hele evangelie over Hem gaat, alleen dan kunnen we ons realiseren dat Hij alles over ons is. Daarvoor moeten we onze focus scherp stellen. De verwijzingen naar woorden als “jouw” “jij”, naar ons” de kerk, krijgen alleen betekenis in vereniging met Hem. Als we de dingen beschouwen die van ons IN Hem zijn in plaats van OP Hem, dan gaan die dingen een eigen leven leiden.

Hoe verleidelijk is het om naar de openbaring en wijsheid te zoeken maar niet in de kennis van Hem. Als de dingen van God gescheiden raken in onze focus, van de Here zelf, dan hebben we echte betekenis van de Logos uit het oog verloren. Als God ons simpelweg de levenslessen had willen leren, dan had Hij dit aan de hele mensheid kunnen doen, met een luide stem vanuit de hemel, zodat iedereen Hem kon horen. Maar nee, Hij spreekt tot ons “in een Zoon.” Door zijn intieme  vriendschap van ons waarbij Hij zichzelf deelt met ons, realiseert Hij zijn openbaring van zijn wijsheid aan ons.

Het wezen dat God met ons deelt, realiseert Hij in gemeenschap met Hem in Christus. De geest van wijsheid en openbaring is in de kennis van Hem. Paulus somt het zo op: “de genade van christus, en de liefde van God, en de gemeenschap van de geest is met u allen.”

De genade van christus IS de liefde van God die hij vrijelijk aan ons gaf.

1 Koningen 10:11-12

1 Koningen 10:11-12

Paraibasteen en Los Lunos steen.

Paraiba steen: wij zijn zonen van Kanaän van Sidon. Hiram, onze machtige koning. Wij vertrokken van Esjon Geber in de Rode Zee en reisden met 10 schepen. Door een storm zijn we afgedwaald. We zijn hier met 12 mannen en 3 vrouwen aan een kust.

De inscripties bevatten grammaticale constructies die eind 19de eeuw nog niet bekend waren bij de experts. De steen werd gevonden bij een mijn en een rivier waar ijzer en goud werden gevonden. Precies waar Salomon naar op zoek was. Er waren meer fenicische potscherven gevonden die nu in Rome zijn. Zie R. F. Marx, In quest of the great white gods. Page 308.

Almugginhout uit Ofir = Brazillië.

De semitische benaming voor ijzer is Bar-zilla, wat letterlijk, zoon van Zilla betekent. Dit is terug te voeren op Tubal-Kaïn, de eerste ijzerbewerker op aarde, die een zoon van Zilla was (Gen. 4:22) en bekend was in Semitische tradities.

Onder de Thraciërs was er een stam die de Maia’s heette, naar de Griekse God Maia. Maya god, Votan: Odin, Danus I van Denemarken, 1000 BC. Odin zou de wilde volkeren van Thracië naar Amerika hebben versleept. Er kwamen er ook wat in Schotland terecht waar ze Picten werden genoemd die wigwams hadden. Tolteken komt van Thule… Tolteken afkomstig van huis van Israel.

http://www.newspapers.com/newspage/20359907/

De zin “Oi na wi pe aj israyel” komt voor in: J. M. Maxwell, R.M. Hill, Kaqchikel Chronicles: The Definitive Edition, University of Texas Press, 2006. Ook in M. Restall, L. Sousa, K. Terraciano; Meso American voices: native language writings from Colonial Mexico, Oaxaca Yucatan and Guatemala, Cambridge University Press, , 2005, pag. 180. Vertaling door D. Goetz; The annals of Cakchiquels – Lords of Totonicapan, University of Oklahoma Press, 1953, pag. 170.

In Mayaschrift, De Annalen van de Cakchiqueles staat: “dit waren de 3 naties van de Quiché’s, en zij kwamen vanwaar de zon opkomt, nakomelingen van Israel, van dezelfde taal en van dezelfde tradities. Toen zij aankwamen bij de rand van de zee, raakte Balam Qitzé de zee aan met zijn staf en plotseling opende zich een pad. De zee sloot zich vervolgens weer toe, omdat de grote God het wenste, omdat zij zonen van Abraham en Jacob waren. Op deze manier trokken de 3 naties er doorheen en met hem 13 anderen.” (Exodus 12:38 noemt een apart groep die meereisde). Of de stam van Jozef werd opgedeeld in de stammen Efraïm en Mannasse.

deze tekst toont wel erg veel gelijkenissen met de doortocht door de Schelfzee tijdens Exodus. Daar had Mozes zijn staf uitgestrekt en had zich een pad in de zee geopend. Mozes wordt in dit stuk Balam Qitze genoemd.

Don Juan Torres, kleinzoon van de laatste koning van de Quiché’s waren de Tolteken zelf afstammelingen van het Huis van Israel en verlost door Mozes van de tirannie van de Farao, en nadat ze de Rode Zee hadden overstoken, vervielen ze in afgoderij.

Ook de doortocht door de Jordaan wordt beschreven en met name de stenen waarover ze gingen, worden genoemd. Hetgeen erop wijst dat de Tolteken een stam waren die zich vroeg van Israel had afgescheiden. De voorouders van de Tolteken zouden onder leiding van ene Tanub naar Amerika zijn gevaren. Mogelijk was deze Tanub niemand anders dan koning Danus I, ofwel Odin van Denemarken. Hij droeg ook een verentooi die op macht, aanzien en weelde duidde.

De Popol Vu spreekt van het volk waarvan de leider, Balam Quitze op een bergtop met de goden sprak. Dit kan alleen maar Mozes zijn. En het volk reisde vervolgens naar Jo Balam K’ana, hetgeen Kanaän is. De Azteken vertrokken onder leiding van Mexi (Mozes) en Tecpatzin met Malinalli. Dit waren Mozes, Aäron en Mirjam. Mexi = Mozes en de naam Mexico komt van Mozes!!!

Er zitten nogal wat Hebreeuwse elementen in de Mayataal: zie het boek van David Allen Deal: The Nexus Spoken Language.

http://www.amazon.com/The-Nexus-Spoken-Language-Pre-Columbian/dp/9994405179

Foto van een fresco op Kreta toont een Thraciër/Scyth die eruit ziet als een Indiaan.

http://www.minoanatlantis.com/pix/Minoan_Priest_King_Feathered_Prince_of_Lilies_Fresco_Art_650px.jpg

De mens is geplaatst in sterfelijkheid

Adam = mens/aarde

Set = Is geplaatst in

Enos = sterfelijkheid

Kenan = jammerklacht

Mahalalel = de geprezen God

Jered = zal doen afdalen

Henoch = de gewijde

Metusalach = als hij sterft, zal gezonden worden

Lamech = naar nederig

Noach = rust

De mens is geplaatst in sterfelijkheid en jammerklacht, maar de geprezen god zal doen afdalen de gezalfde; als Hij sterft zal naar nederigen rust gezonden worden.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.