Efeziërs 2:2 als rosettasteen van de kosmos en aionen

God is een god van tijd (aionen) en van materie (kosmos). Als YHWH manifesteert hij zich als de god van tijd en als elohim als god van de kosmos. Elke kosmos (wereld) heeft een corresponderende aion. Dit weten we uit Efeziërs 2:2. Deze vers is de rosettasteen om de werelden die onze aarde gekend heeft te corresponderen met de bijbehorende aion.

2 Petrus 3:6 gaat over de toenmalige wereld van Genesis 1:1 tot 1:2. Deze wereld was goed geschapen maar eindigde in een chaos. En in de nederwerping van de wereld gevolgd door een complete duisternis.

2 Petrus 2:5 gaat over de oude wereld van voor de Zondvloed. Deze eindigde weliswaar met een grote vloed maar niet met een nederwerping of met een duisternis. Toen Noach eindelijk na zoveel dagen uit zijn ark durfde te stappen was er in elk geval licht.

Jacob, Galaten 1:19

In Jeruzalem was er in de tijd van Paulus al strijd om het leiderschap van de eerste gemeente. Jezus had duidelijk de 12 apostelen en Petrus uitgeroepen om het evangelie verder te brengen.

Maar Jacob die de broer van Jezus was, trok veel volgelingen aan vanwege zijn bloedlijn en vleselijke positie. Zie Galaten 1:19. Hij trok de gelovigen weer terug naar de wet, daar waar Paulus juist genade proberde te preken. Paulus bad in Romeinen 15:31 om verlost te worden van de wetticisten. Zie verder Handelingen 21.

Indische woorden in de bijbel

Al vroeg in de bijbel, in 2 Kronieken 9:21 vinden we enkele indische woorden. Dat is wel een exotische afwisseling naast de rest van de hebreeuwse tekst. Het gaat om de woorden ivoor, apen en pauwen.

Deze woorden verraden bovendien dat er 2 Tarsishvloten waren; één vanuit Tyrus die naar Tarsish/Engeland voer en weer terug. En een Oostelijke vloot die om Afrika naar Tyrus voer en weer terug. Maar hoe zit het met die pauwen en apen? Mogelijk maakten ze een omweg door eerst naar India te varen om daar de pauwen en apen in te laden, waarna ze weer terug voeren en hun reis om Afrika vervolgden.

In Egypte of Libië overwinterde de vloot om er graan te verschepen.Dit was dus de vloot van koning Hiram die samen met Tarshish/Engeland de wereldzeeën bevaarde. Bij hem sloot zich bovendien koning Salomo aan. Het Ofir uit de Bijbel is hoogst waarschijnlijk Brazilië, zodat de conclusie luidt dat er in de vroege oudheid al contact was tussen de oude wereld en de nieuwe.

Tussen haakjes

Ik heb zelf een hekel aan zinnen die tussen haakjes staan, maar goed ik ben een zeurpiet. Maar hoe belangrijk tussenzinnen kunnen zijn, blijkt wel uit de passage van 1 Korinthe 15:20-28. Hierin verklapt Paulus tussen neus en lippen door het geheim van de opstanding van iedereen en niet alleen van de gelovigen. Hij vertelt hier dat iedereen in zijn eigen rangorde zal opstaan uit de dood en dat de dood de laatste vijand is die ongedaan gemaakt zal worden. In vers 29 pikt hij de draad weer op van vers 19.

Dergelijke tussenstukjes zijn een goudmijn voor bijbelstudenten. Efeze hoofdstuk 3 is ook een tussenstuk dat over de aionen gaat.

En tenslotte is er Genesis 2:10-14 waarin de contouren van de wereld van voor de Zondvloed worden beschreven. Deze zag er in grote lijnen net zo uit als onze wereld. Al voor de Zondvloed waren de rivieren de Tigris en de Eufraat er. En ze zijn er nog steeds. De mogelijkheid bestaat dat de grote bergen er ook al waren zoals de Himalaya’s. De orthodoxe leer is dat ze door de zondvloed onder water stonden. Het water moet dan wel heel hoog gestaan hebben. De orthodoxe leer is dan dat de bergen voor de Zondvloed minder hoog waren.

Misschien is dit zo maar een andere optie is dat ze bedolven werden onder het water dat van boven kwam; dus uit de hemel. (En misschien was er voor de Zondvloed ook al een land dat Nederland heette, om ook maar iets tussen haakjes te zetten).

Besnijdenis van Timotheüs; Hand. 16

Waarom besneed Paulus Timotheus wel en Titus niet. En ging hij niet tegen zijn eigen leer in van de onbesnenden? Het antwoord is van een opportunistische alure. Timotheus werd als jood beschouwd omdat zijn moeder jodin was. Onbesneden mocht hij geen enkele synagoge in en kon hij dus ook niet het evangelie preken. En dus werd hij bij wijze van uitzondering besneden door Paulus.

Paulus ging nog steeds naar de synagogen in Handelingen 16 om er het evangelie te brengen, dat Jezus de verlosser van de joden was. Als hij iemand bij zich had die Jood was en die onbesneden was dan zou dit een grote hindernis zijn voor de joden om naar de boodschap te luisteren. De joden probeerden Paulus toch al op elke misstap te betrappen om hem aan te klagen en dit zou er ook één van zijn. Bron: Concordant Commentaar van AE. Knoch.

Zie ook: www.jaapfijnvandraat.nl/index.php?page=artikel&id=1631