Scheiding is Goed

Scheiding is Goed

door John Gavazzoni

Genesis 1:3 begint met de opmerking van God dat de aarde die in vers 2 nog waterig en in duister gehuld was genoemd, nu goed is; nee erg goed. Daarna volgen er een geestelijke en een natuurlijke toevoeging die God’s maaksel kenmerken: dat van scheiding. In vers 4 scheidt God licht van duisternis.

Zo scheidde God ook Eva uit Adam. Dat was ook weer een goede zet van God die zijn eigen werken doorlopend “goed” noemde. Want het is voor de man niet goed om alleen te zijn, Genesis 2:18, 21, 22. Enigheid was nooit bedoeld om alleen te zijn. Enigheid ontvouwt juist zijn rijkdom door afscheiding. Maar dan wel een afscheiding in de zin van diversiteit die relationeel is en die een eenheid van natuur en essentie handhaaft, die ook eigen is van het deel waarvan het was afgescheiden. Paulus omschrijft dit systeem als Christus die de glorie van God is en de man die de glorie van christus is en de vrouw die de glorie van de man is.

Met elke stap van afscheiding volgt gods glorie tot het einddoel, namelijk de kennis van God die de hele aarde vult. Daarom is een religie die de vrouw onderdrukt een duistere schakel in Gods plan omdat de vrouw de eindschakel is van het systeem dat Paulus noemt. Johannes zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdalen, als een bruid voor haar bruidegom. – Openbaring 21:2. Deze stad wordt de hemelse glorie van God genoemd; Openbaring 21:11. De stad daalt zelfs neer als een bruid.

In de beschrijvingen van Paulus vallen steeds 2 “alle” op. God die alles was, schiep een ander “alles” opdat Hijzelf alles in allen zou worden. Hij projecteerde zichzelf in een andere dimensie die Hij de aionen noemt (Efeze 3:9) en waarin zichzelf zou worden. Hij deed dit door Zijn Woord. De 2de “alle” kwam voort uit de eerste “alle.” Romeinen 11:36.

De enigheid van God is een enigheid van eenheid. Eenheid is het ultieme doel, niet eenzaamheid. De ene komt voort uit de ander om zich in eenheid te verenigen. En die ene die afgescheiden werd uit de ander en voortkwam uit de ander wordt de velen die ook ingesloten zijn in de verenigde eenheid. De ene geest die christus en zijn vader bijeenhoudt, is tegelijk de geest die het lichaam van christus bijeen houdt. De leden van het lichaam zijn biologisch verschillend van elkaar maar ze zijn een eenheid in christus. Het is een eenheid met een aanvullend onderscheid van de diverse leden van het lichaam.

Is Allah Baal? Petra of Mekka?

Fantastisch boek van David Gibson die dingen hard maakt, die ik zelf al een lange tijd dacht. Veel mensen menen dat de islam veel overeenkomsten heeft met het Oude Testament. Maar ik zie dat niet zo. Eerder doet Allah me aan een andere God denken: Baal. En de eerste moslims richtten hun gebed ook niet naar Mekka maar naar Baal-city: de rotsstad Petra in Jordanië.

Jaartallen van de profeten volgens E.W. Bullinger

Bediening van de Profeten Voor Christus
Jona 690
Amos 689-687
Hosea 689-611
Jesaja 649-588
Micha 632-603
Nahum 603
Jeremia 518-477
Habakuk 518
Zefanja 518
Daniel 495-424
Joël 488-477
Ezechiel 484-462
Obadja 482
Haggai 410
Zecharia 410-408
Maleachi 374
Johannes de Doper Rond 27 na Christus (?)

de dood als openingsact

door John Gavazzoni

De bestemming van de mensheid is “leven in overvloed.” Het is hiervoor, waarom God zijn zoon voor ons stuurde. Noodzaak of behoefte wortelt in bestemming. Deze behoefte knaagt aan ons en verlaat ons niet voordat onze bestemming is vervuld. Niemand kan deze door God georkestreerde voorbestemming mislopen of deze zelfs ontlopen, zoals we bij Saulus van Tarsus zagen die later Paulus van Tarsus werd. Zonder Christus zijn we dood.

Adam zondigde en sindsdien zijn alle mensen sterfelijk. En dus blijven we zondigen. De zonde is niet meer ons primaire probleem. Dit is nu de dood. De dubbele waarheid van de opstanding is dat we nu een opgestane Heer hebben die Heer van alles is. Zijn ervaring van het leven dat uit de dood kwam, reguleert alle menselijke ervaring. De vroege apostelen zullen waarschijnlijk niet helemaal begrepen hebben wat ze steeds verkondigden. Maar de zalving die ze ontvingen zal hen de ogen verder hebben geopend.

Het verkondigen van Jezus als Heer die opgestaan was uit de dood, is de boodschap die met het Woord in onze harten en in onze mond verbindt, zoals Paulus dit in het 10de hoofdstuk uitlegt. Door het woord van God te verkondigen laten we dat subjectieve reddende woord in ons vrij. Het objectieve woord verbindt zich met het subjectieve woord en bevrijdt dit. Zonder dat we er erg in hebben zullen buitenstaanders soms leven in ons ontdekken dat bovendien soms groter is dan wijzelf en dat ons geheel van binnenuit bestuurt. Na verloop van tijd merken buitenstaanders niet dat ze “iets” aan ons merken maar dat ze “iemand” in ons bespeuren.

De mensheid moet weten dat de dood niet het einde is. Maar dat juist het leven in overvloed het einde is. De dood beëindigt niet het leven maar het is juist andersom; het leven beëindigt de dood. De gordijnen gaan open en de dood komt op het toneel in de veronderstelling dat hij de show steelt. Langzaam komt meneer dood erachter dat hij alleen maar in de openingsact speelt.

Cornelius

Cornelius

Aan een Ethiopische proseliet was het evangelie gebracht door Filippus. Nu wordt er een Romeinse proseliet van de poort voor ons gebracht. Er waren 2 soorten proselieten; proselieten van rechtvaardigheid en proselieten van de poort.

De eerste was proseliet door besnijdenis en door inwijding in de Joodse wetten en rituelen. Ze werden geabsorbeerd door het Joodse volk. De proselieten van de poort vreesden God en beschouwden de God van Israël als de enige ware God. Ze waren echter niet besneden en deden niet aan alle rituelen mee. Door de Joden werden ze niettemin als heidenen beschouwd. Het was zelfs een misdaad voor een Jood om een huis van een heiden binnen te gaan en met hem of haar samen te eten. De boodschap van het koninkrijk dat door de 12 apostelen was gebracht reikte het verst in Cornelius, de Romein.

Dit legde een zware last op Petrus want niemand van de Joden kon erbij dat zo’n proseliet van de poort ook bij de koninkrijks opdracht hoorde. Het woord was dus eerst aan de joden gebracht, inclusief de proselieten en de rechtvaardigen; daarna werden de heidenen geëvangeliseerd, gevolgd door de Samaritanen die ook al geminacht werden. Nu ook Cornelius in inbegrepen in de koninkrijksopdracht is de opdracht van de 12 apostelen in 2 van de 3 domeinen vervuld: in Jeruzalem en Samaria. Hand. 10:1-8. Maar ze gingen nog niet naar alle natiën zoals Jezus hen had opgedragen. (Lucas 24:47).

Cornelius was als Romein nazaat van Japhet; de Joden waren Shemieten en de Ethiopische eneuch behoorde tot Ham. Zo werden alvast de lijnen uitgezet om alle nazaten van Noach te bereiken met het evangelie. Volgens een petitie van koning Salomon (1 Kon. 8:41-43) waarin staat dat Jehova ook tegemoet komt aan het gebed dat de vreemdeling tot Hem richt, kwamen de gebeden van Cornelius ook bij God terecht. Cornelius moest echter wel leren dat dat al zijn zegeningen tot hem kwamen via Israël. Petrus was zo geïndoctrineerd door de tradities dat hij zich geen vriendschap met een niet-jood kon voorstellen. Een kenmerk van de afval van Israël is dat het weigert om het kanaal te zijn voor de zegeningen van de rest van de wereld. Petrus dacht erover om Paulus te gaan vervolgen. Petrus kreeg een visioen van dieren waaronder reptielen die hij mocht eten. Dit maakte hem in de war maar het was niet genoeg om zijn vooroordelen over de niet-joden opzij te zetten. Toch maakte het karakter van Cornelius hem duidelijk dat God de eerste rein had gemaakt. Bovendien gaf Cornelius aalmoezen aan de Joden. Dit is een schaduw van het oordeel dat over de natiën komt ten aanzien van hoe ze Israël door de verdrukking hadden geholpen. (Mat. 25:31-46). De reis van Joppa naar Caesarea die Petrus maakte ging langs de grenzen van het land en Caesarea lag aan de uiterste grens, vlakbij de heidenwereld.

Cornelius had ook een engel gezien die hem de opdracht had gegeven om wat mannen uit te zenden om Petrus te zoeken. De zegen van Cornelius is verbonden met die van Israël. Onze zegen volgt juist de afvalligheid van Israël en is verbonden met een geheime bediening waar de profeten niets van wisten en die niet eerder kon worden verkondigd dan nadat het koninkrijk van God aan de joden en proselieten was  verkondigd. God vrezendheid en rechtvaardigheid volgen niet de lijn van geloof in Christus maar nemen de plaats in van Mozes. Cornelius zal het Koninkrijk binnengaan als de natiën geoordeeld zijn. (Mat. 25:34-36).

De verkondiging van Petrus staat haaks op die van Paulus. Petrus noemt de details van het leven van Jezus die tot diens dood en opstanding hadden geleid. Paulus begint met de dood en opstanding van Jezus en verkondigt de hemelse glorie. De zaak van Cornelius was goddelijk geconstrueerd om de kloof tussen Petrus en Paulus te overbruggen. En de kloof tussen het evangelie van de besnijdenis en van de onbesnedenen. Petrus zegt in Hand. 15:7 dat God hem als eerste uitkoos om de boodschap van het koninkrijk van God naar de natiën te brengen. Hij was ook in staat om de boodschap van Pauls voor de onbesnedenen te begrijpen. Als Petrus niet eerst zo voorbereid was geweest op zijn taak voor de natiën, dankzij dat visioen en de ontmoeting met Cornelius, dan was het voor Paulus onmogelijk geweest om zijn eerste bedieningen onder de natiën te vervullen. Niet alleen de ongelovige joden maar ook de discipelen en apostelen zouden hem hebben tegen gewerkt. Paulus hield zich niet bezig met het bekeren van Joden en proselieten als Cornelius. Hij had een nieuwe doelgroep, namelijk de heidenen die nooit van de ene God gehoord hadden. Aan hen zou hij een nieuwe boodschap van genade preken.

Tijdens Pinksteren kwam de roep om zich te bekeren naar een volk dat Jezus al afgewezen had. Petrus zegt niets over bekering tegen Cornelius (Hand. 11:18).

Galaten 1:17

Paulus verbleef 3 jaar in Arabië. Waar precies weten we niet maar Paulus noemt deze periode om aan te geven dat hij zijn nieuwe evangelie niet van de andere apostelen kon hebben ontvangen. (Galaten 1:17-18).

Saulus van Tarsus die later Paulus ging heten toen hij Christus ontmoet had, was aanvankelijk een enorme vervolger van de christenen. Hij stond aan het hoofd van de groep die Stefanus had laten stenigen. Hij was aangesteld door de apostelen om aalmoezen uit te delen aan de weduwen zodat de apostelen zich op het brengen van het evangelie konden concentreren. Saulus vatte deze nieuwe christelijke missie niet en voelde zich als Joodse opper farizeeër verplicht om deze nieuwe tak van de joden te vervolgen.

De aardse boodschap dat Jezus de Zoon van David was, was feitelijk te gering voor hem. Zijn ogen gingen pas open toen hij begreep wie de opgestane Jezus werkelijk was: de Zoon van God. De andere apostelen hadden Jezus tot dan toe alleen Zoon van David genoemd, zelfs tot in de Handelingen periode. Vervolgens filterde Paulus Hem uit de geschriften en snapte hij eindelijk dat deze Zoon van God degene was Wie hij altijd vervolgd had en dat deze zelfde persoon ook degene was Wie hij op de weg naar Damascus had ontmoet.