Economie

Tyrus en Mammonnisme

Onze moderne termen kapitalisme en communisme dekken de echte lading niet van waar het om gaat. Geld is namelijk onderdeel van een Baäl religie die op Mammon gericht is. Hierover straks meer. De eerste vorm van Mammonnisme en wereldkapitalisme zagen we ontstaan in de havenstad Tyrus (Libanon) die op een bepaald moment in de geschiedenis in weelde baadde. Het was ooit de zetel van koning Hiram die samen met koning Salomo van Israël een zogenaamde Tarsis vloot onderhield om er geld en Almuggimhout uit Ofir en India te halen. Later was het de stad van koning Achab en koningin Izebel. De rode draad in de geschiedenis van Tyrus was de Baäl aanbidding die volgens Mozes in Babylon begonnen was (Deut. 4:19). In Ezechiël 28:11-19 lezen we over de rijkdom van Tyrus. Dit was tevens een reden voor het Oordeel dat Yhwh over Tyrus uitsprak. De stad zou verwoest worden. Nu bestond de stad uit twee delen: een deel van de stad lag op het vasteland en het andere deel lag een kilometer uit de kust en was op een rots gebouwd. Nebuchanedzar zou het eerste deel van de profetie uitvoeren en het deel op het vasteland verwoesten. Later zou Alexander de Grote het deel op de rots verwoesten. Alexander bewees dat het wereldkapitalisme overwonnen kan worden. Profetisch was Tyrus de veroorzaker van de beide wereldoorlogen. Voor de Eerste Wereldoorlog wilde Duitsland een spoorlijn aanleggen tussen Berlijn en Bagdad om de handel tussen de beide landen te bevorderen. De oorlog maakte een eind aan dit project.

Geld als Geloof

Geen enkele theorie kan de obsessie van de mens met geld verklaren. Geld dat uit slechts muntstukjes en papier bestaat en dat nauwelijks een intrinsieke waarde heeft, is de brond van alle ellende op aarde. Was het papiergeld uit een andere fabriek gekomen, dan was het wc papier geworden. Was het muntgeld uit een andere fabriek geworden dan was het een fiets geworden. De ijzerhandelaar wil nog geen stuiver geven voor mijn oude fiets. Maar hetzelfde gewicht in geldstukken is voor hem andere koek. Dan wil hij wel midden in de nacht door de stromende regen naar me toekomen om het geld te incasseren. Hier schuilt een geloof achter; namelijk een geloof in geld.

Mammon

Achter de wereldeconomie en de grote verschillen tussen rijk en arm gaat een demonische macht schuil. Jezus noemde hem Mammon in Mattheüs 6:24 en Lucas 16:9-13. Geld is een uiting van dit wezen. Zodra we geld op zak hebben, hebben we een tentakel van Mammon op zak.

Sabbatsjaar

Wat ook werd afgesproken op de berg Sinaï, één van de leuke dingen voor de mensheid was dat de Israëlieten een sabbatsjaar zouden instellen (Leviticus 25:1-7). Men zou zes jaar werken en één jaar rust hebben. Harry Robert Fox heeft eens het verschil tussen de wet en genade uitgelegd (*). Hij zei: de wet gaat uit van zes dagen werken en de zevende dag rust; terwijl genade uitgaat van de eerste dag rust en zes dagen werken. Op zo’n manier kun je ook tegen het sabbatsjaar aankijken. Het sabbatsjaar spreekt van rust en heeft met het vredesrijk te maken.

Jubeljaar

Het sabbatsjaar wordt wel eens verward met het jubeljaar dat eens in de 50 jaar wordt gevierd. Het jubeljaar spreekt van herstel en vrijheid. In een jubeljaar worden alle slaven vrijgelaten en krijgen eigenaars hun bezittingen terug. In Handelingen 3:21 en Romeinen 8:21 wordt ook gezinspeeld op een jubeljaar. In Handelingen 3:21 spreekt Petrus in de zuilengang van koning Salomo over het jubeljaar. Het Jubeljaar volgt altijd op een sabbatsjaar. Exodus viel ook in een jubeljaar waarin alle slaven uit Egypte werden weggeleid. Wanneer we het jubeljaar als uitgangspunt nemen, vallen de valkuilen van het kapitalisme en het communisme weg. De accumulatie van bezittingen waar het kapitalisme zo aan hangt, kan dan niet meer. Maar het communistische principe waarbij mensen geen persoonlijk bezit hebben en alles van iedereen is, kan dan ook niet meer. In het jubeljaarprincipe wordt bij de verkoop van een stuk land niet de grondprijs maar de prijs van het aantal oogsten gerekend. Deze prijs wordt bovendien gemeten naar de tijd tot het volgende jubeljaar. In 1 Korinthe 7:29-31 wordt de waarde van alles afgemeten naar de tijd die ons van het ultieme jubeljaar scheidt waarin Jezus Christus terugkomt. Hoe dichter we bij Zijn wederkomst komen, hoe minder de aardse dingen ons waard zijn.

Wie niet wil werken, die zal niet eten; tegenover deze bijzin in 2 Thess. 3:10 staan de verzen Galaten 2:10; Handelingen 11:29-30 en Marcus 12:42-44. Marcus was Johannes Marcus die met Paulus mee reisde.

Zie ook: TTIP Leaks