Filosofische onzin rond Plato’s grot

Gisteren heb ik hier al gepost over de grot van Plato en uiteengezet dat deze de Sheol/Hades onderwereld voorstelt. Volgens de protagonist “Socrates” zouden er gevangenen in de grot zitten die via projecties door vuur de voorwerpen acher hen op de muur geprojecteerd zien.

Ammehoela; wat moet een filosoof om te beginnen met een grot? Zoals Theologen onterecht menen dat de Johannes zijn boek Openbaring in een grot op Patmos opschreef, zo hoeven we Plato’s ideeënwereld ook niet in een grot te zoeken. Dezelfde filosofen die de grottheorie aanhangen, hangen tevens de evolutietheorie aan waarin de Neanderthalers in grotten verbleven. Dus we zien neanderthalers samen met filosofische gevangenen in een grot zitten. Ik zie het al voor me:

Neanderthaler tegen de filosoof: ik heb honger, ik ga u opeten.

Filosoof: dat komt omdat uw ideeënwereld verkeerd is. Kijkt u maar eens naar de silhouetten op de muur.

Neanderthaler: ???

Plato’s beroemde grot

wat een openbaring: Plato’s beroemde grot is de onderwereld en niet iets vaags met ideeënwereld. Ook Atlantis is de Sheol, de navel van de zee: Jona 2:3.

Bron: Bruce Louden, Homer’s Odyssey and the Near East

Plato plaatst zijn Allegorie tegen de achtergrond van een afdaling naar de Sheol. De grot wordt steeds voorgesteld als een onderwereld. (Katabasis Rep. 514a3). Elke keer als Plato erover schrijft, gebruikt hij het woord “katabaino” (Rep. 516e3: katabas, 519d5: katabainein, 520CI: katabateon). Al deze werkwoorden zijn verwant aan katabasis, als een afdaling naar de Sheol. Als Socrates uitlegt hoe iemand de grot kon verlaten, verwijst hij naar Achilles die liever als pauper op aarde wilde leven dan als een held in de sheol (Rep. 516d5-6; Od. II.489-90). Plato verwijst specifiek naar Odysseus II, als Socrates Achilles citeert ten aanzien van de sheol.

Nightingale (2004:102) over de passage in 516e

Achilles zegt dat wat belangrijk in de Sheol is, van geen waarde in het aardse leven is. Deze opmerking anticipeert op de reactie van Plato’s protagonist in de Allegorie.

* En is de grot van Mohammed misschien ook een aanduiding van de Sheol? Net zoals de grot van Kalypso van Ogygia dit was.

Tarsis is Groot-Brittannië

Tarsis is Groot-Brittannië

Veel mensen denken dat Tarsis uit de bijbel (Ezechiel 38:13) Tartessos was in ZuidWest Spanje. Maar het is helemaal niet duidelijk of zeker wat Tartessos was; een rivier, streek of stad. En dus moeten we voorzichtig zijn om Tarsis hieraan te koppelen. De profeet Jona die in het zeemonster terechtkwam, wilde naar Tarsis vluchten. Jona 1:3. Waar vluchtte hij naartoe? Het antwoord is dat hij naar Engeland wilde! Engeland was in die tijd dus al een land van betekenis en zodanig dat het her en der in de bijbel genoemd wordt. En ook zo dat Jona er naartoe wil vluchten. God houdt Jona tegen om naar Engeland te vluchten. Blijkbaar had Engeland in de tijd van het Oude Testament al de reputatie van een veilige vluchthaven te zijn. Jona leefde in 690 voor Christus. (Bron. E. W. Bullinger).

Maar waarom denk ik dat Tarsis Groot Brittannië is? Ezechiel 38:13 is een hele belangrijke profetie in deze. Hij gaat over kooplieden. Het Fenicische woord voor kooplieden is harokel. Het kan maar zo dat de Griekse naam Heracles hier vanaf geleid is. De Feniciërs hadden hun belangrijkste haven in Tyrus dat in het huidige Libanon ligt. Tyrus bestond uit 2 delen: een deel dat op het vasteland lag en er lag een rots in het water waarop een ander deel van de stad gebouwd was. Alexander de Grote heeft het deel op het vasteland in puin geslagen in 332 v. Chr. Met het puin heeft het de strook water gedempt tussen de rots en het vasteland. Daarover heeft hij een dam gebouwd waarna hij de rotsstad ook in nam. De Feniciërs worden in de bijbel Canaanieten genoemd.

De Feniciërs waren een zeevarend volk van betekenis. Hun reputatie staat centraal in het Oude Testament als het op zeevaart aankomt. Ze hadden twee zeehavens: Tyrus en Ezion Geber aan de kust van de Rode Zee, bij het huidige Eilat. Een andere zeemacht die in één adem met Tyrus wordt genoemd is Tarsis. Dit gaan we nu identificeren. Ezechiel profeteerde van 484-462 voor christus. (Bron: E.W. Bullinger). Ezechiel 38:13 is duidelijk een profetie voor de toekomst. We stellen dus vast dat Tarsis in de tijd van Jona zeker al bestond, in 690 voor Christus. In de tijd van Ezechiel was Tarsis ook al bekend want God noemt Tarsis niet voor niets in zijn profetie aan Ezechiel. En in de verre toekomst zal het ook nog bestaan. Wat in ZuidWest Spanje is zo belangrijk dat het al in deze volgorde genoemd wordt? Cadiz, Sevilla, Gibraltar? Nee toch… Zijn in onze tijd de kooplieden van Sevilla en Cadiz zo belangrijk dat ze over de wereld zwerven? Ik dacht het niet. Ook heeft de profetie in Ezechiel 38:13 iets met Sheba en Deedan te maken. Voorlopig houden we het erop dat dit met de regio van Saoedi Arabië te maken heeft en met Yemen en Dubai en dat soort landen. Heeft Andalucië hier innige betrekkingen mee? Ik denk eerder Engeland.

Ook wordt in Ezechiel 38:18 over de jonge leeuwen gesproken. Dit zijn de kolonies van Tarsis, te weten Amerika en Australië en in zekere zin Canada en Zuid Afrika. De Britse leeuw is het ultieme symbool van Engeland. De Market Garden en Trafalgar Square staan vol met beelden van leewen.

Ook Spanje heeft koloniën maar hebben die dezelfde zeemacht als Engeland en Amerika? Ik dacht het niet. Wie had de Falkland Oorlog in de jaren 80 gewonnen? De marine van Engeland die helemaal van de andere kant van de wereld moest komen, versloeg die van Argentinië. Zuid Amerika heeft geen leger van betekenis in vergelijking met dat van Amerika en Engeland. Jonge leeuwenwelpen hebben de eigenschap dat ze vroeg op eigen benen staan en hun eigen weg gaan. Ze nemen niet eens afscheid van pa en ma leeuw. Ik zag ooit een documentaire over leeuwen. De welpen werden vertroeteld en verwend door de ouders. Tot ze een zekere leeftijd hadden bereikt. Toen moesten ze na het eten weg wezen. Pa leeuw keek demonstratief de andere kant op en beschouwde de jonge leeuwen inmiddels als potentiële rivalen. En ma leeuw keek ook strak voor zich uit toen haar jongen er vandoor gingen.

Zo vergaat het ook met de kolonies van Engeland. Ze stonden al vroeg op eigen benen en wisten op een bepaald moment in de geschiedenis de wereld te domineren. Alleen al door hun taal maar ook door hun handelsgeest en door hun militaire overwicht. Domineren de kolonies van Spanje, te weten Zuid Amerika de wereld? Ik dacht het niet. Maar de Angelsaksische landen zeker wel. In Psalm 72:10 wordt Tarsis samen met de eilanden genoemd. Jona vluchtte naar het Westen dus we hoeven Tarsis niet in de buurt van Sri Lanka te zoeken. Anders was Jona wel vanaf Ezion Geber gevlucht in oostwaartse richting. In Ezechiel 19:2 wordt de moeder van Israël een leeuwin genoemd. In Genesis 10:2-5 is Tarsis de zoon van Javan en Jafet. Dus we moeten Tarsis in Europa zoeken en het heeft met kustlanden te maken en in het bijzonder met eilanden. Tarsis zal daarom ook niet Sardinië of Sicilië zijn want dit waren nooit noemenswaardige handelsmachten en laat staan dat ze wereldwijd kolonies hadden. Sardinië was nooit een zeemacht die over de wereldzeeën domineerde. Hooguit andersom.

Een letterlijk ankerpunt in het hele Tarsisverhaal zijn de schepen. In 2 Kronieken 9:21, Psalm 48:7; Jesaja 2:16; 23:1; 60:9. Het gaat niet zomaar om schepen maar om schepen van de koning! Deze koning was de Fenicische koning Hiram die samenwerkte met koning Salomo. Het gaat hier dus wel om schepen van status. Denken we hierbij aan de schepen van Andalucië of aan die van Engeland? Ik denk het laatste.

Jona 1:3 had ik al genoemd. Tarsis lag een behoorlijk eind weg en het was een eiland anders was Jona niet per schip gegaan maar over land. Nogmaals is het belangrijk om vast te stellen dat hij vanuit Joppe (Jaffo) vertrok. Hij kon dus maar één kant op: naar het Westen dat al in die tijd voor vrijheid stond.

Tarsis wordt niet zomaar alleen in verband gebracht met zeevaart maar met de wereldzeeën. In Ezechiel 27:5-7 staat hoe ze de schepen maakten. Dit waren geen peddelbootjes waarmee ze naar Cyprus voeren. Het ging hier echt om ambachtelijke scheepsbouw. In 27:1-4 wordt de last van Tyrus genoemd; in 5-7 de grootsheid van de schepen; in 8-11 het personeel van Tyrus; in 12-25 de kooplieden van Tyrus en in 26-36 de verwoesting van Tyrus die we al besproken hadden. In vers 12 worden de metalen genoemd waarin gehandeld wordt, zilver, ijzer, tin en lood. John F. Keely van de Universiteit van Manchester heeft een lijst opgesteld van metalen die in Groot Brittannië gedolven en verhandeld werden: Tin kwam uit Cornwall, zilver uit Schotland, lood uit Derbyshire en ijzer uit Gloucestershire. Koper kwam uit Wales.

In 2 Kronieken 20:36 staat dat er ook schepen vanuit Ezion Geber naar Tarsis vertrokken. In de geschiedenis van Herodotus, Volume 4, staat dat de Egyptische koning Necho (610-595 voor chr.) schepen met Fenicische manschappen op weg stuurde om om Afrika heen te varen. Dit was een half millennium na Hiram, wat alleen maar een bevestiging is van het feit dat men die route al aan het verkennen was. In 2 Kronieken 8:18 wordt een ander mysterieus oord genoemd, Ofir. Veel mensen denken dat dit India was maar er zijn aanwijzingen dat dit Brazilië was. In 1 Koningen 10:11-12 staat dat de vloot die uit Ofir terugkwam, goud, almuggimhout en edelstenen meebracht. Dit hout werd voor de tempel van Salomo gebruikt. En het is nooit meer aangetroffen. India had meer interesse voor de import van goud dan voor de export. Een grote vloot van koning Salomo in samenwerking met koning Hiram die 3 jaar onderweg was, duidt erop dat Ofir verder weg lag dan India. In Brazilië is bovendien een inscriptie in een steen gevonden bij de stad Paraïba. De inscriptie vermeldt dat de reizigers vanaf Ezion Geber waren vertrokken. Dit komt dus overeen met 1 Koningen 9. Ook noordwaarts in Amerika in Rhode Island is op een rots van Mount Hope Bay een inscriptie gevonden met de tekst: “Reizigers van Tarsis – proclameert deze rots.” Mogelijk kenden de feniciërs en koning Salomo Peru al dat in 2 Kronieken 3:6 Parvaim wordt genoemd. Ik wil nog opmerken dat IJzer in het Hebreeuws Barzel heet, dat wel op Brazilië lijkt. (Zie verder blz. 245 van het boek De Wereldwijde Vloed van Tjarko Evenboer.

In 2 Kronieken 9:20-21 wordt gesproken over apen, pauwen en ivoor. De apen konden misschien in Noord Afrika of Gibraltar worden verscheept. Maar misschien ook in India, net als het ivoor en de pauwen. Mogelijk maakte de vloot die vanuit Ezion Geber om Afrika vertrok een korte omweg naar India.

De verwoesting van Tyrus door Alexander de Grote is ook een aanwijzing dat Tarsis ver weg lag en dus engeland was. Tarsis nam namelijk de markt van Tyrus over. Dit kon alleen als Tarsis op veilige afstand lag. Volgens koning Essar Haddon van Assyrië die het verhaal van Jona nog in zijn geheugen had, was Tarsis een groot eiland dat in het Westen lag. Er is maar één eiland dat hieraan voldoet en dat is groot Brittannië. Essar Hadon leefde 100 jaar na Jona. Nu is er een inscriptie gevonden van deze koning van Assyrië die Esarhaddon heette. Hij schept op over zijn overwinningen op Tyrus en Egypte en hij beweert dat “alle koninkrijken van de eilanden die door zee omringd zijn, vanaf het land van Iadanan (Cyprus) en Jaman (Zuidkust van Turkije) en zo ver als Tarshish aan zijn voeten buigen en hem tol betalen.” (Ancient Near Eastern Texts, edited by J. Pritchard, 1974, p. 290)

De inscripties šá MURUB₄ (qablu) kunnen worden gebruikt voor kustlanden zoals de bijbel kustlanden ook eilqanden noemt. Ware het niet dat Esarhaddon in zijn inscripties onderscheid maakt tussen eilanden als Cyprus, Sidon en Tyrus (Sidon en Tyrus lagen een paar onder meter uit de kust en waren op rotsen gevestigd) als šá (ina) MURUB₄ tam-tim), van kustlanden die hij met a-ḫi tam-tim omschrijft. Het woord a-ḫi dat op zeekust slaat, betekent ook “arm.” Terwijl het woord qablu dat eiland betekent ook heup of taille betekent. We zien nu dat a-ḫi als “armen” op verlengstukken slaat (zoals een dam of pier) daar waar qablu op dingen slaat die omringd zijn, in dit geval door de zee. Qablu slaat ook om ommuurde vestingen als Niniveh en op vestingsteden die in het water lagen zoals Tyrus en Sidon. (Esarhaddon Tekst 1:iii 41′; 2: I 14′; 60: o 7′). Het woord wordt duidelijk onderscheiden van zeekusten (Esarhaddon Tekst 2: iv 55′). De vertaling van tar-si-si als ‘Tarsus’ in Zuid Turkije waar Paulus vandaan kwam, is incorrect.

Volgens Herodotus kwam Tin van de de Casseriden. Dit zijn mogelijk wat kleine eilandjes in de golf van Biskaje. Maar zeer waarschijnlijk werd het ook in Cornwall gedolven. Julius Ceasar zei in 40 voor Christus dat Brittannië goed bevolkt was en een hoge welstand kende en dat er veel tin en ijzer te halen viel. Diodorus die in 8 voor Christus leefde zei dat Brittannië een hoge beschaving had en dat er veel tin gedolven werd. Strabo zei in 18 voor Christus dat de Feniciërs de markt van tin, ijzer etc. geheim probeerde te houden voor de Romeinen.

Tenslotte: David L. Cooper en Theodore Epp geloofden ook dat Tarsis Engeland was.

Jesaja 57; vervolging onder Manasse als type van de Verdrukking

Jesaja 57:1-2 verwijst naar een periode van vervolging. Het kan hier niet gaan om de periode van na de 70 jaar ballingschap omdat er toen geen afgoderij was onder de joden. En er was ook geen koning als in vers 9. Het gaat hier mogelijk om de regeerperiode van Manasseh. Op grond van 2 Koningen 21:16 weten we dat er onder Manasseh veel bloedvergieten was. De beschrijving van 2 Koningen 21 en 2 Kronieken 33 komen overeen met Jesaja 57:1-5. Het is mogelijk dat Jesaja de eerste paar jaar van de regeerperiode van Manasse leefde. Hij was een ooggetuige van de vervolgingen onder Manasse. Deze vervolgingen zijn een schaduw van de Verdrukking die straks over Israël komen gaat. De eerste 2 verzen (Jes. 57:1-2) zijn een type van de wegrukking van de ecclesia. In Jes. 57:9 wordt een koning genoemd. Deze is Moloch, de anti christ. Zie Johannes 5:43; Daniël 9:27.

Sara en Hanna

Sarah en Hannah

Jesaja 54:1, 7 verwijst naar Sarah en Hannah. De laatste duikt ook op in 1 Samuel 2. Israel wordt als een vrouw voorgesteld in de relatie tussen God en Zijn volk. Dit verbond was op de berg Horeb bekrachtigd maar Israël reageerde hierop met overspel. Israël was als vrouw van God ongelovig en onvruchtbaar. Om die reden liet God haar een moment in de steek. Vers 7 is een historische verwijzing naar Sara en Hanna. Een eenzame verlaten vrouw in de woestijn in het Midden Oosten voelde dat haar geluk verwoest was. Een nageslacht was alles wat ze hebben wilde. Deze vrouw, Israël is nu nog een verstotene. Maar op een dag zal ze haar geluk niet op kunnen. De basis voor dit geluk zal een talrijk nageslacht zijn. Ze zal meer nageslacht hebben dan de getrouwde vrouw. De verlaten en getrouwde vrouw worden hier tegenover elkaar gezet. Desolaat betekent vernietigd en slaat op de verwoesting van Jeruzalem. YHWH zal haar weer opzoeken en de draad met haar weer oppikken. Ze zal dan een groter nageslacht krijgen dan wanneer ze trouw was gebleven aan god.

Uitstorting van de heilige geest

Uitstorting van de heilige geest,

Veel gelovigen denken dat de uitstorting van de heilige geest die in Jesaja genoemd werd, plaatsvond op Pinksteren. Dit is pertinent niet waar. Allereerst zal ik de verzen in Jesaja geven: 4:4; 32:15-18; Ezechiel 36:27-35; 37:6, 14; Joël 2:28 en Zecharia 12:10. Niet één van deze beloften omtrent de uitstorting van de geest was vervuld op Pinksteren.

  1. de geest was alleen uitgestort over een paar duizend mensen en niet over het hele volk Israël.
  2. Israël wandelt nu nog steeds in duisternis en is nog niet gereinigd door de geest.
  3. Na Pinksteren ging het snel bergafwaarts met Israel dat een leeg en woest land werd. Jesaja 32:15-18 en Ezechiel 36:27-35 laten zien dat de uitstorting van de geest ook gepaard gaat met een ander aanzien van het land. Dit zal vruchtbaarder worden.
  4. De vruchten van deze uitstorting werden nooit in de natiën gerealiseerd, waar Jesaja 44:5 wel naar verwijst.