De manifestatie van de werkelijkheid

De manifestatie van de werkelijkheid

door John Gavazzoni, gebaseerd op de artikelen van Richard Rohr

God wil ons niet boven de oppervlakte van de zichtbare realiteit laten zweven. We worden uitgedaagd om de geest-essentie van die realiteit te verkennen en de diepte in te gaan. Het is in het fieke waarin de geest zichzelf manifesteert.

Het onsterfelijke moet eerst sterfelijk en verstoord worden om de volheid van zijn eigen glorie uit te dragen. De manifestatie van de werkelijkheid moet niet worden onderscheiden van datgene wat hij uitdrukt. De geest-realiteit is de essentie van de gemanifesteerde vorm. De manifestatie van de realiteit is de geconstitutionaliseerde en vastgelegde vorm van de geest-essentie. Wat veel mensen in de war brengt is de zwijgende staat van de manifestatie van de werkelijkheid. Het is niet dat de realiteit zich vrij moet maken van het omhulsel waarin ze zich manifesteert. De realiteit zit anders in elkaar. Vanuit Zijn eigen wezen had God een andere dimensie geschapen die een andere leefomgeving was waarin de aionen gevormd waren. In deze aionische dimensie gebeurt het dat Hij zichzelf manifesteert en versluiert.

Als dualiteit de kink in de kabel van dit systeem is dan is het allereerst Gods probleem. Dan lijdt alles wat binnen de aionen geschapen is met Hem mee. Ieder van ons krijgt de eigen maat waarmee we met Hem mee lijden. Er is een groot misverstand over de uiterlijke manifestatie van de realiteit die los gezien wordt van datgene wat ze als inhoud heeft. Het leidend principe is dat het omhulsel en de inhoud één en dezelfde essentie zijn. God heeft zichzelf ondergeschikt gemaakt aan de dualiteit van Zijn eigen Wezen en van de aionische tijden die Hij buiten zichzelf om schiep. De uiterste periferie van Zijn wezen waar de eeuwigheid de aionen raakt, is het gebied waar de dualiteit het hardste toeslaat. Alles wat Hij in de aionen niet is komt hier in contact met alles wat Hij in de eeuwigheid wel is.

Toen Jezus aan het kruis “Vader waarom heeft U mij verlaten?” riep, was het deze dualiteit die de aionen het hardst op de eeuwigheid liet botsen. Gods “apartheid” met zichzelf was nu compleet en het podium voor de hereniging met Zichzelf kon nu worden opgebouwd. Een nieuwe dimensie van verheerlijking was nu aan het spektakel van Zijn vereniging met zichzelf toegevoegd. Deze kwam niet van buitenaf maar van binnenuit de diepten van Zijn eeuwigheid.

Waar is de nieuwe heerlijkheid? Het is daar waar ze ALS manifestatie gemanifesteerd wordt. Ze is aan de uiterste periferie van Gods eeuwigheid waar Zijn wezen de armen, blinden en miserabelen raakt. Het is dit schema wat Paulus in Filippenzen 2:7 noemt als hij schrijft dat Jezus zichzelf leegmaakte om zichzelf daarna weer te vullen en zich te vermeerderen middels het lichaam van Christus. Het lichaam van Christus groeit door de groei van God. Je kunt ook zeggen: het lichaam vergroot de vergroting van God.

In Adam en in Christus

In Adam en in Christus

Door John Gavazzoni

Wie de geboorte en levensloop van Adam wil begrijpen, moet diens relatie met Jezus snappen die de laatste Adam was. In 1 Korinthe 15:22 staat: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” Als je deze vers leest, dan lijkt het of christus en Adam tegenover elkaar staan. Maar het tegendeel is waar: Adam kon alleen IN Christus bestaan, ook al werd de laatste veel later geboren. Als we dan in ogenschouw nemen dat de hele mensheid uit Adam voortkwam, dan bestaan we dus allemaal in Christus.

Het evangelie begint in feite in Genesis. Het zaad van de hele bijbelse openbaring is hier al gezaaid. In Genesis 1:1 staat: “In begin schiep Elohim de hemelen en het land.” Als je het woord “begin” vervangt door “eerstgeborenen” dan werden hemel en aarde in Christus geschapen. De boodschap van de Kolossenzenbrief is dat IN Christus alle dingen geschapen zijn, inclusief Adam die het hoofd van de mensheid was. In de Scripture4all-versie staat in de rechterkolom dat alles DOOR Hem geschapen is. Maar in de tekst zelf staat het woord “in.” Waarom de rechterkolom zovaak de conventionele vertaling volgt en ook het woord eeuwig weergeeft als er aionisch moet staan, is me niet helemaal duidelijk. We komen allen voort uit Adam die met Eva het eerst zondigde.

Maar gelukkig zijn we in Adam ook in Christus. Als we onze plaats in Adam zouden inruilen, dan zouden we onze door god gegeven mensheid wegdoen; dezelfde mensheid die in Christus verheerlijkt werd. We zouden dan de verhoogde plaats die de mens in Christus heeft gekregen afstaan, namelijk die van het lichaam van Christus dat het hoofd van de schepping is. Maar als we in Christus zijn, hoe konden we dan ooit vallen? Hiervoor geef ik een voorbeeld: stel dat je gif inneemt, wat niet zo moeilijk is als we weten wat er allemaal in ons eten zit. Dit gif verandert onze persoonlijkheid niet. Desalniettemin doet het wel zijn werking en bovendien wordt het doorgegeven aan onze nakomelingen. Zo ging het ook met de zonde. We kregen opeens niet vier armen en vijf benen door de zonde maar we werden wel sterfelijk. Dit gif van de zonde kwam ons bestaan in Christus binnen, zonder dat het Zijn puurheid beïnvloedde. Maar zelfs onze dood werd door Zijn dood aan het kruis genageld.

We realiseren ons nog te weinig dat de sfeer van Adam zich binnen de sfeer van Christus bevindt. Omdat Hij onze bron is maar ook de grens waarbinnen we bewegen zijn we nooit in staat geweest om uit Hem te breken; ook al zouden we dit willen. We zijn daarentegen genoodzaakt om verder af te dalen in Zijn onmetelijke diepten. Hij is de onontkoombare Christus aan Wie we niet kunnen ontsnappen. Dat is het hart van het evangelie. Vanaf het eeuwige moment dat we deel hadden in Zijn geboorte uit God, waarna we verder trokken op onze aionische tijd-ruimte-vlees/materie-reis tot we terugkeerden naar onze Vader, was het hele traject dat we aflegden in Christus.

Als we de val van Adam en Eva te slordig opvatten en denken dat we met hun verbanning uit de Tuin van Eden ook zelf uit Christus waren gesmeten, dan moeten we eraan herinnerd worden dat de Tuin van Eden zelf ook een type van Christus was. Het was in deze tuin waar de eerste zonde begaan werd. Toen Christus onze zonden aan het kruis nagelde, demonstreerde God op een levendige manier dat Hij in de persoon van Zijn Zoon onze zonde in Zichzelf droeg.

Hooglied 2:11

“Zie, de winter is voorbij. De regentijd is over, helemaal voorbijgegaan … de zangtijd is aangebroken …”

Deze dichterlijke woorden komen uit Hooglied 2:11. Ze spreken over de lente, zoals die in de toekomst zal aanbreken voor het volk Israël en dan ook voor deze wereld. Het koninkrijk van God wordt op aarde openbaar. Het is de zegenrijke tijd waarin alles tot bloei komt. Letterlijk in de natuur, en ook geestelijk onder de mensen. Israël zal dan een ‘lof en een sieraad’ zijn voor de HEERE. De volkeren zullen onderwezen worden in de wegen van God. Zoals een bloem zich ontsluit en tot volle bloei komt, zo zal Gods heil zich ontvouwen voor alle volkeren der aarde. Tijd om te zingen, zoals de psalmist zegt: “Zing voor de HEERE een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand en Zijn heilige arm hebben Hem heil gebracht” (Psalm 98:10).

Vooruitlopend op het grote heil, dat op aarde zal neerdalen, mogen wij nu al weten dat de ‘zangtijd’ is aangebroken. En sinds de opstanding van Christus kennen wij een nieuw lied! Een lied van liefde en genade, van overwinning en onvergankelijk leven. Ook Paulus zingt mee in het koor: “Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen …” (Tïtus 2:11).

En … kun je zingen, zing dan mee!

Jezus als Christus

John R. Gavazzoni

Saulus van Tarsus was op weg naar Damascus toen Hij een helder licht vanuit de hemel zag. Het licht had zo’n kracht dat hij tegen de grond werd gesmakt. Hij hoorde toen een stem uit de hemel: “Saulus, waarom vervolg je mij?” Saulus had direct door dat het een goddelijke stem was die hem riep. Zijn reactie kon niet uitblijven. Vanuit het diepste wezen van zijn zijn, vroeg hij: “Wie bent u, heer?” De stem antwoordde hem: “Ik ben Jezus die je vervolgt.”

Deze stem was het einde van een lang traject dat met de kruisiging van Jezus was begonnen en dat verder ging met Zijn opstanding, de hemelvaart en de troonbestijging tot Hij werkelijk een middelaar was tussen mens en god. Deze Jezus van Nazareth is nu boven alle hemelen gezeteld en toch bevindt Hij zich binnen de geschiedenis. Hij is in eenheid met de mensheid. Hij zit tevens aan het infuus van Zijn Vader die Hem instrueert en Hem Zijn wil laat doen. Christus is niet groter, verder voorbij, universeler of kosmischer dan voor of na Jezus. Hij werd na zijn verheerlijking groter door zijn gezamenlijke lichaam van de uitverkorenen. Als de schrift over deze Christus spreekt dan gaat het echt alleen om Hem.

Christus was door God in de aionen geschoten waarin zijn zalving plaatsvond die integraal aan Zijn persoon is. De meeste mensen kun je indelen in hokjes maar christus niet. Hij vergroot zichzelf alleen door middel van de ecclesia. De Zoon van God is stap 1 en Christus is stap 2. Dat is de goddelijke volgorde. Het woord “eeuwig” is eerder een Grieks concept dan een Hebreeuws woord maar Johannes gebruikte het woord Logos al om Jezus te definiëren en zo kan het woord eeuwig ook de Ene beschrijven die met Zijn Vader is, zonder begin en eind maar die ons binnen het bestek van de aionen begeleid van een beginpunt naar een eindpunt.

De naam Jeshua (God redt) was aan Hem gegeven voor het begin van de tijd om Zijn persoon en missie binnen de aionen te definiëren. En Hij, als Zoon zijnde is vergroot en uitgebreid als de christus. Zo komt Hij ook tot ons. Paulus zegt in Kolossenzen dat in Christus Jezus alle dingen geschapen waren en ze bij elkaar blijven. Hij door Wie alle dingen geschapen waren, werd zelf in de aionen geknikkerd die door Hem geschapen waren. Hij kwam als de Ene in wie alle dingen geschapen waren en sindsdien bestaan alle dingen voortdurend in Hem. Zelfs toen Hij in de aionen kwam die in Hem geschapen waren. In zijn persoon als de historische Jezus bevatte Hij in aanleg het DNA van alle dingen van Gods schepping. Maar vooral bezat hij binnen in zich de volheid van de godheid terwijl Hij zelf de som van de hele mensheid was.

* We hoeven Hem niet Jeshoea te noemen. Jezus is zijn naar het Nederlands vertaalde naam. Johannes heette in zijn tijd ook anders.

Alles wat Hij is, zijn wij, in Hem. In Hem zetelt lichamelijk de volheid van de godheid en wij zijn compleet in Hem. Wij zijn in Hem compleet omdat we de godheid van Zijn mensheid delen en tegelijk de mensheid van zijn godheid. De eeuwige Zoon van God werd eerst Jezus van Nazareth die het hoofd is van het christus gebeuren. Alles wat christus is, stroomt vanuit Hem naar ons toe. Hij is Gods zoon en onze oudere broer. Jezus blijft Jezus maar als de christus wordt Hij een lichaam dat uit veel personen bestaat. Het lichaam heeft veel leden en de vele leden zijn 1 lichaam; zo is ook christus 1 lichaam. De verheerlijkte christus is de bron van die dit principe van een lichaam met veel leden; wij dus.

Filosofische onzin rond Plato’s grot

Gisteren heb ik hier al gepost over de grot van Plato en uiteengezet dat deze de Sheol/Hades onderwereld voorstelt. Volgens de protagonist “Socrates” zouden er gevangenen in de grot zitten die via projecties door vuur de voorwerpen acher hen op de muur geprojecteerd zien.

Ammehoela; wat moet een filosoof om te beginnen met een grot? Zoals Theologen onterecht menen dat de Johannes zijn boek Openbaring in een grot op Patmos opschreef, zo hoeven we Plato’s ideeënwereld ook niet in een grot te zoeken. Dezelfde filosofen die de grottheorie aanhangen, hangen tevens de evolutietheorie aan waarin de Neanderthalers in grotten verbleven. Dus we zien neanderthalers samen met filosofische gevangenen in een grot zitten. Ik zie het al voor me:

Neanderthaler tegen de filosoof: ik heb honger, ik ga u opeten.

Filosoof: dat komt omdat uw ideeënwereld verkeerd is. Kijkt u maar eens naar de silhouetten op de muur.

Neanderthaler: ???